Ga naar de inhoud

LIVNI BECK

Helder en praktisch juridisch advies

  • Home
  • Over Ons
  • Expertise
    • Aansprakelijkheidsrecht
    • Arbeidsrecht
    • Bezwaar & Beroep
    • Bestuursrecht
    • Boetes
    • Consumentenrecht
    • Contractenrecht
    • Handhaving
    • Huurrecht
    • Incassorecht
    • Letselschade
    • Migratierecht
    • Nationaliteitenrecht
    • Omgevingsrecht
    • Sociale Zekerheidsrecht
    • Subsidies
    • Toeslagenrecht
    • Verzekeringsrecht
  • Updates
  • Contact
  • Algemene Voorwaarden

Studiekostenbeding bij verplichte scholing ongeldig

  • Home
  • Updates
  • Studiekostenbeding bij verplichte scholing ongeldig

Arbeidsrecht Update

Studiekostenbeding bij verplichte scholing ongeldig

Update | 22 december 2025   •   Jurisprudentie: ECLI:NL:HR:2025:1386

Werkgevers zijn verplicht werknemers in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van hun functie. Sinds de implementatie van de Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden moet verplichte scholing kosteloos worden aangeboden. De Hoge Raad heeft recent verduidelijkt hoe ver deze verplichting reikt.

In de prejudiciële beslissing van 26 september 2025 oordeelde de Hoge Raad dat een studiekostenbeding voor de Beroepsopleiding Advocatuur nietig is. Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor alle sectoren waar verplichte scholing een rol speelt.

Wettelijk kader: Scholingsplicht en kosteloosheid

Artikel 7:611a lid 2 BW bepaalt dat scholing die de werkgever op grond van nationaal of Europees recht verplicht moet aanbieden:

  • Kosteloos moet worden verstrekt;
  • Als arbeidstijd geldt;
  • Indien mogelijk, tijdens werktijd moet plaatsvinden.

Lid 4 van dit artikel is onverbiddelijk: elk beding waarbij de kosten van deze verplichte scholing op de werknemer worden verhaald, is nietig.

De centrale vraag was of álle scholing die noodzakelijk is voor de functie (lid 1) automatisch onder de kosteloosheid van de wet (lid 2) valt. De Hoge Raad zegt hier volmondig “ja” op.

De uitspraak: Beroepsopleiding Advocatuur

De zaak draaide om een advocaat-stagiaire bij wie de werkgever de kosten van de beroepsopleiding wilde terugvorderen na ontslag. De Hoge Raad oordeelde dat deze opleiding geen ‘vooropleiding’ is, maar scholing tijdens het werk (“training on the job”).

Omdat deze scholing noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie, mag de werkgever hiervoor geen rekening sturen naar de werknemer. Dit geldt ook voor verplichte permanente educatie (opleidingspunten).

Betekenis voor de praktijk

Deze uitspraak betekent dat werkgevers hun scholingsbeleid kritisch moeten herzien. Er is geen ruimte voor maatwerk of afwijkende afspraken wanneer scholing wettelijk vereist is of direct noodzakelijk is voor de huidige functie.

Alleen bij opleidingen die primair gericht zijn op bredere inzetbaarheid of een volgende loopbaanstap buiten de huidige functie, kan een studiekostenbeding nog rechtsgeldig zijn.

Conclusie

De Hoge Raad schept duidelijkheid: noodzakelijke scholing is voor rekening van de werkgever. Studiekostenbedingen die hiertegen indruisen, houden geen stand. Werkgevers doen er verstandig aan hun contracten hierop aan te passen.

Hulp nodig bij uw scholingsbeleid?

Wilt u weten of uw studiekostenbeding nog rechtsgeldig is of heeft u een geschil over opleidingskosten? Wij adviseren u graag.

Neem contact op

Contact

Amsterdam
info@livnibeck.nl
Copyright Livni Beck © 2025